Het compliment

De afgelopen maanden fietste ik vaak vier avonden per week van mijn huis naar Toomler, van de Indische Buurt naar Oud-Zuid en drie uur later de omgekeerde weg. Altijd over de Ceintuurbaan, altijd langs het OLVG en altijd zigzaggend door het Oosterpark langs de Atlas 8,5% drinkers. Zelden fietste ik er aangeschoten heen, zelden fietste ik niet aangeschoten terug. Ik had me voorgenomen wat meer discipline te hebben en, laat ik het zo zeggen, op dat gebied lukte me dat prima. Op de heenweg groette ik de Atlasdrinkers nooit en op de terugweg altijd.

Op een dondernacht stond er voor de ambulance-ingang van het ziekenhuis een dame in een fluoriserend groenblauw pak nogal vermoeid voor zich uit te roken. Vooral omdat ik zelf bij het zien van meer dan drie bloeddruppels de neiging heb flauw te vallen heb ik altijd erg tegen deze beroepsgroep opgekeken. Zij zien alles en ook nog op het meest kwetsbare moment. Ik voelde de vage drang opkomen haar een compliment te geven. Meestal fiets ik bij zo’n gedachte door, nu stapte ik af.

Een rokende ambulance-zuster vind ik op zichzelf al een heel mooi beeld. Het is toch een beetje de afgezwakte vorm van een asbest etende oncoloog of een mensenrechtenactivist die tegen zijn buurman schreeuwt: “Pas als ik deze brandbrief aan de regering van Oman af heb laat ik je vrij uit mijn kelder!!”

“Hoi”, zeg ik. Zij zegt niks maar kijkt wel op. Haar blik is neutraal. “Ik wilde even zeggen dat jullie goed werk doen, dankjewel.”  Het is even stil. “O.K.” zegt ze. De manier waarop ze het zegt houdt het midden tussen een reguliere ‘okay’ en de afkorting van Operatie Kamer. Ze neemt nog een hijs.

Dit was natuurlijk een prima moment geweest om weer op te stappen en door te fietsen. Maar ik heb soms de vervelende eigenschap niet alleen iets te geven maar ook iets te willen krijgen. Blijkbaar wil ik graag dat ze ‘Oh, dankjewel!’ zegt.

“Nee, dat zeg ik omdat jullie ook wel eens bedreigd worden… of in elkaar geslagen”, zeg ik terwijl ik een stap naar haar toe zet. Ik voel direct dat dit absoluut niet communiceert wat ik wil communiceren. Ze kijkt me aan met de blik van iemand die voor haar werk dagelijks verkeersslachtoffers met een spateltje van kruispunten schraapt. Ze neemt een laatste teug, gooit haar peuk weg en zegt: “Klopt, we hebben óók met geweld te maken. Maar die situaties zijn wel minder gênant dan deze.”

Een zeer strakke formulering, ik kan niet anders zeggen. Voor ik het weet zat ik weer op mijn fiets. Kortom, mocht je binnenkort in de krant lezen dat er weer ergens ambulancepersoneel belaagd is dan kan dat twee dingen betekenen: 1. Een aso kon zich niet bedwingen. 2. Iemand heeft een uit de hand gelopen compliment geprobeerd ‘minder gênant’ te maken. In beide gevallen had de dader beter kunnen doen wat ik deed: Even flink blozen en dan heel hard wegfietsen.